Apporteren

 

 

 

 

 

Apporteren

HAAL HEM ZELF MAAR! Heb jij ook zo'n hond die je met opperste verbazing staat aan te kijken als je een leuk speeltje voor hem weggooit? Of een hond die wel een speeltje ophaalt, maar het vervolgens heel hebberig voor zichzelf houdt? Oorzaak hiervan kan zijn dat de hond niet gestimuleerd is, het nooit geleerd heeft,

Hoe kun je dit voorkomen? Stimuleren en heel veel oefenen. En natuurlijk

Zo wordt een speeltje leuk: Er zijn honden die niet weten wat ze met een speeltje aan moeten. Sommige honden houden er gewoon minder van dan andere om iets in hun mond te nemen. En er zijn honden die in hun jeugd nooit speeltjes hebben gehad en spelen gewoon nooit geleerd hebben. Zaak is uit te vinden of ze echt nergens om geven: vaak blijkt een hond wel geÔnteresseerd te zijn in een speciaal speeltje dat hij gewoon nog niet had. Er zijn honden die van een piepbeest houden,' of van een zacht speeltje van zeemleer. Of van een rubberbal met belletje. Of een hal aan een touwtje. Of van een frisbee. En er zijn honden die alleen maar pluchen speelgoed waarderen. Probeer eerst verschillende dingen en neem dat speeltje - liefst twee - waar hij wel enige interesse voor had. Lukt het helemaal niet, knoop dan zijn favoriete hapje in een oude sok en hang die ergens op. Moedig de hond aan eraan te ruiken en te trekken. Geef steeds een andere sok. Als je hond enthousiast wordt als je zijn sok ergens ophangt is het tijd om het spel te veranderen: nu houdt je de sok vast en moedigt de hond aan om eraan te trekken. Gaat dat eenmaal enthousiast, dan is het moment van apporteren aangebroken. De hond is genoeg gemotiveerd om de sok te leren apporteren. Gebruik dus de sok of zo'n speeltje waar hij uiteindelijk toch interesse voor bleek te hebben. 

Je hond vindt een speeltje leuk: Als je hond een speeltje naar je toe brengt, neem je dat aan, geef wat lekkers en gooi het weer weg. Dat is vrij simpel, zo'n hond zal makkelijk leren apporteren. In feite kan hij het al, alleen nog niet op verzoek. Herhaal het spel en breek het af als de hond nog enthousiast is. Het kan ook zijn dat de hond met het speeltje bij je terugkomt, maar het niet afgeeft. Geen nood. Eerst probeer je hem te bewegen het voorwerp te ruilen voor een heel smakelijk hapje. Als dat lukt, gooi het speeltje dan weer voor hem weg. Een hapje in ruil voor een speeltje en dan het speeltje weer terug, dat is zo'n slechte ruil nog niet. Je kunt in plaats van wat lekkers ook een ander speeltje nemen waar de hond dol op is. Geeft hij je het ene, dan beloont jij hem met 'goed' en gooit het andere voor hem weg.

Je hond houdt het speeltje: Dat is heel normaal voor een hond, iets voor jezelf houden is voor hem heel natuurlijk gedrag. Als je hond het speeltje in een ontwijkende beweging meeneemt naar zijn plaats, doe dan het volgende: gooi het speeltje ergens heen waar de hond je wel moet passeren om naar zijn plaats te komen. Een smalle ruimte als een gang bijvoorbeeld. Doe dan net alsof hij het speeltje kwam terugbrengen, maar neem het hem niet af. Jubel, knuffel hem, hij is geweldig. Na enige tijd zul je merken dat hij steeds vaker naar je toe komt om te horen wat een geweldige hond hij wel is. Dan gooi je een ander speeltje weg. Misschien laat hij het zijne vallen en haalt het andere op. Dat is niet slecht, je hebt nu iets om te ruilen. Loopt hij met een speeltje weg naar een onvoorspelbare plek, dan doe jij hetzelfde: je reageert niet op zijn weglopen, er is niets op de wereld dat je minder interesseert dan dat speeltje. Je hebt lekker zelf een spŤeltje en daar doe je leuke dingen mee. Je gooit het in de lucht, gooit het een stukje weg, haalt het op, je lacht, je vindt het enig. Je schenkt de hond geen aandacht. Je hebt grote kans dat je hond de volgende keer ook jouw speeltje interessant vindt en het zijne wil ruilen voor het nieuwe. Geef wat lekkers als hij zijn speeltje laat vallen en gooi hem je speeltje toe. De volgende keer wacht je tot hij iets dichter bij je in de buurt is en herhaal het spelletje. Speel het een paar keer, maar stop als de hond het nog leuk vindt. BeŽindig het spel door de speeltjes tot een volgende keer te vergaren en geef hem iets wat hij zalig vindt. Gaat hij er een volgende keer weer met een speeltje vandoor, negeer hem dan totaal en ga met je eigen speeltje aan de gang. Als hij komt en je tot een spelletje probeert te verleiden, doe dat dan even. Blijft hij bezig met zijn eigen speeltje en schenkt hij geen aandacht aan het jouwe, ga dan de kamer uit en negeer hem totaal. Speelt hij niet meer, neem dan zijn speeltje weg en ruim het op tot de volgende keer. Beloon heel gul als je hond wel iets terugbrengt en negeer hem totaal als hij ermee wegloopt. Minstens de helft van zijn lol in het speeltje is dat je hem misschien wel achterna komt, dus doe dat vooral niet. Wanneer het terugbrengen uiteindelijk goed gaat, en dat gaat het als je dit zo volhoudt, is het tijd om een woord aan het ophalen te plakken, zoals 'apport'. Eerst doe je dat als de hond al half onderweg is, zodat je zeker weet dat je krijgt wat je vraagt. Naarmate dat beter gaat, kun je het woordje steeds verder naar voren zetten. Als je zeker weet dat je hond achter het gegooide speeltje aangaat, is het moment gekomen de hond vast te houden (of tot zit te brengen) en hem op commando het speeltje te laten halen. Doe gek, doe enthousiast, maak hem enthousiast. Zo krijg je een hond die apporteren het leukste spel ter wereld vindt. Kun je je voorstellen als de lol zo groot is, dat dat amusanter is dan fietsers najagen? Want zowel het najagen van fietsers als rennen achter een speeltje aan komt van hetzelfde gedragsonderdeel van de jacht en heeft dus dezelfde motivatie. Samen jagen past meer bij honden dan in hun eentje jagen. Daarom is een enthousiaste apporteerder vrijwel nooit een hond met probleemgedrag, het gaat gewoon niet samen.

Let op: Reden om de hond te leren het apporteerblok uit uw hand aan te nemen, is dat het daar ook weer teruggebracht moet worden. Dat is gebaseerd op het feit dat wanneer een aantal gedragsonderdelen geleerd moeten worden om uiteindelijk achter elkaar uitgevoerd te worden, het het beste is het onderdeel waarmee wordt afgesloten als eerste te oefenen. Dat heeft als voordeel dat naarmate een hond steeds verder in een oefening van aaneengesloten gedragsonderdelen komt, hij steeds meer zelfvertrouwen krijgt. Het laatste kent hij immers het beste, want dat is het langste getraind. De oefening stagneert dus niet, maar verloopt steeds vlotter.

Resumerend. Met de nodige inspanning en een positieve beloning is het mogelijk vrijwel iedere hond te leren apporteren. Apporteren is niet alleen een enig spel voor baas en hond voor de rest van zijn leven, maar tevens een heel prettige manier om probleemgedrag weg te trainen. Een hond leren apporteren is dus echt zinvol.